Asfalt: waarom het werk van de weginspecteur veel meer is dan je ziet

Wie regelmatig over de snelweg rijdt, kent het beeld: een gele pickup, pylonen, soms een afgesloten rijstrook en vertraging. Wat je niet ziet, is het vakmanschap, de verantwoordelijkheid en de afwegingen die daarachter schuilgaan. In de THISLINE-podcast sprak ik met Roy Heiliegers, auteur van het boek Asfalt. Dat gesprek maakt één ding duidelijk: het werk van de weginspecteur is onmisbaar voor verkeersveiligheid en wordt structureel onderschat.

Van Defensie naar asfalt

Roy begon zijn loopbaan bij Defensie, stroomde door naar Justitie en kwam uiteindelijk terecht bij Rijkswaterstaat. Die achtergrond zie je terug in zijn manier van werken. Gestructureerd, vooruitdenkend en altijd met het besef dat fouten op de weg directe gevolgen hebben.

Hij werkte jarenlang operationeel als weginspecteur en houdt zich nu bezig met de vakbekwaamheid van collega’s door het hele land. Niet vanuit afstand, maar vanuit ervaring. Zoals hij het zelf verwoordt:

“Wij zijn ervan. En die verantwoordelijkheid voel je elke dienst opnieuw.”

Een opleiding van twaalf maanden is geen toeval

Een van de opvallendste punten uit het gesprek is de opleiding. Een weginspecteur is niet in een paar weken inzetbaar. Het traject duurt ongeveer twaalf maanden en bestaat uit veel meer dan alleen regels en procedures.

De opleiding bevat onder andere intensieve rijtraining, incidentmanagement, levensreddend handelen, omgaan met agressie, verkeersmaatregelen, crisismanagement en een uitgebreid leer-werktraject met mentoren. Dat leer-werktraject is opgebouwd volgens het principe voordoen, samen doen en zelf doen.

Roy legt uit waarom dat nodig is:

“Het is niet iemand die zomaar wordt vrijgelaten in een gele pickup. Je moet weten wat je doet, maar vooral begrijpen wat de gevolgen zijn van je keuzes.”

Tijd is veiligheid

Een terugkerend thema in het gesprek is tijd. Niet als planningstool, maar als veiligheidsfactor. Elke beslissing die een weginspecteur neemt, heeft invloed op wat er verderop gebeurt. Omleidingen, verkeersstromen, aanvullende maatregelen en samenwerking met verkeerscentrales worden vaak al geregeld terwijl het incident zelf nog gaande is.

“Tijd is veiligheid. En die puzzel begint niet op de incidentlocatie, maar ver daarvoor.”

Dat maakt het werk complex. Een simpele vraag als “hoe lang gaat dit nog duren?” is zelden bedoeld om te haasten, maar om vooruit te kunnen organiseren. Een kwartier of een uur maakt een wereld van verschil voor de veiligheid op en rond de weg.

Eerste ter plaatse, laatste weg

Waar veel hulpdiensten een duidelijke start en afronding van hun inzet hebben, geldt dat voor weginspecteurs anders. Zij zijn er vaak als eerste en gaan als laatste weg. Niet omdat dat moet, maar omdat iemand verantwoordelijk moet zijn voor hoe de weg wordt achtergelaten.

Dat gaat verder dan het incident zelf. Denk aan beschadigde geleiderails, olie op het wegdek, afwatering, verlichting en tijdelijke maatregelen die soms dagen of weken blijven staan.

Roy is daar duidelijk over:

“Ik ga niet weg voordat mijn tuin schoon is. De weg moet weer veilig zijn voor iedereen die daarna komt.”

Onzichtbaar werk buiten incidenten

Veel werk van weginspecteurs gebeurt buiten de schijnwerpers. Inspecties, controles bij tunnels, schouderrondes na zware regen, gladheid, hitte en samenwerking met aannemers. Juist dat preventieve werk voorkomt dat incidenten ontstaan.

Zoals Roy het omschrijft:

“Als het niet wordt onderhouden, zie je het pas als het misgaat. En dan ben jij ervan.”

Gedrag van weggebruikers als grootste risico

Niet de weg, maar het gedrag van mensen vormt vaak het grootste gevaar. Afleiding, haast, agressie en onbegrip maken het werk risicovol. In het gesprek komt ook agressie richting weginspecteurs aan bod, variërend van verbaal geweld tot ernstige bedreigingen.

Dat wringt, omdat de weginspecteur er juist staat om veiligheid te creëren.

“We worden gezien als filemakers, terwijl we bezig zijn met zorgen dat iedereen thuiskomt.”

Asfalt als ode aan het vak

Het boek Asfalt is geen technisch handboek. Het is een verzameling verhalen uit de praktijk. Informatief, soms confronterend en vaak menselijk. Roy schreef het omdat hij merkte dat deze verhalen vaak onzichtbaar blijven en alleen thuis worden gedeeld.

“Over elke hulpdienst is wel een boek te vinden, maar over ons niet. Terwijl wij er ook juist voor de hulpdiensten zijn.”

Het boek geeft inzicht in wat er gebeurt tussen A en B. Voor collega’s, voor andere hulpdiensten en voor iedereen die ooit gedacht heeft dat “het vast wel kan wachten”.

Wat collega’s hiervan kunnen leren

Voor ambulance, brandweer en politie is veel herkenbaar. De tijdsdruk, de verantwoordelijkheid, het vooruitdenken en het belang van een veilige werkplek. Het gesprek laat ook zien hoe belangrijk het is om elkaar te kennen vóórdat het misgaat.

Roy doet daar een simpele oproep:

“Kom eens langs bij een steunpunt. Drink een kop koffie. Niet alleen bij het incident, maar ook daarvoor.”

Meer begrip begint met inzicht

Dit gesprek en het boek Asfalt hebben één duidelijk doel: begrip creëren. Niet om te overtuigen, maar om te laten zien wat er allemaal speelt voordat jij weer veilig doorrijdt. De weginspecteur is geen randverschijnsel, maar een professionele hulpdienst met een cruciale rol in verkeersveiligheid.

Wie dit werk begrijpt, kijkt anders naar die gele pickup langs de weg.

SITRAP Ontvangen?

Laat je e-mail achter en we mailen je maximaal 2x per maand.

Geef een reactie