Je hebt een reanimatie gedraaid die niet is geslaagd. De familie staat erbij, de dienst loopt door, en je legt de overledene zo netjes mogelijk neer voordat je weer naar de volgende melding gaat. Dat moment voelt als het einde van jouw aandeel in het geheel.

Voor Edwin van Special Death Care begint het werk dan pas. Hij komt waar het allang niet meer goed gaat met een overledene, en de eerste uren na dat moment bepalen vaak hoe mooi of hoe respectvol iemand straks nog opgebaard kan worden.
Daar zit een blinde vlek in ons werk in uniform, en die is het waard om eens te bespreken. Daarom heb ik Edwin uitgenodigd in de podcast.
Een klinische les volgen, een van Edwin zijn boeken kopen of een voorstelling bijwonen? Ga naar: https://specialdeathcare.nl/
Edwin reed voor met zijn gele auto. Een voormalige ambulance, zonder striping, met de tekst “Special Death Care” op de zijkant. Hij is specialist postmortale zorg.
Edwin komt niet bij reguliere casuistieken, maar juist als het misgaat.
Een lichaam dat is opgezwollen en niet meer in de kist past. Een verminking die weggewerkt moet worden. Een overledene die overgespoten wordt zodat de kleur weer klopt, het vervangen van bloed door een andere vloeistof (thanatopraxie of balseming).
Het belangrijkste wat mij is bijgebleven van het gesprek, is Edwin zijn motivatie. Het geeft ook meteen weer waarom het werk zo belangrijk is: “Nabestaanden minder ongelukkig maken”.
Van de beste BMW-monteur van Nederland naar de overledenenzorg
Hoe kom je in zo’n vak terecht?
Bij Edwin begon het niet bij de dood, maar bij auto’s. Op zijn vijftiende bij een BMW-garage, en hij haalde de titel voor beste BMW-monteur van Nederland.
Maar de uitdaging raakte er op een gegeven moment uit. Toen kocht een man die in de uitvaart zat een auto bij hem, Edwin gaf zijn nummer mee, en ruim een jaar later belde die man voor hulp bij een “tilletje”. Een fors lichaam dat van de brancard in de kist getild moest worden. Het klikte meteen.
Vanaf daar groeide het. Eerst meerijden op de rouwauto’s, daarna nachtdiensten in een politiemortuarium terwijl hij overdag nog bij de BMW garage werkte. In dat mortuarium kreeg hij de zware gevallen voor zijn kiezen. Alles wat binnenkwam, hij keek hoe hij het oploste. Pur, lijm, noem maar op.
De mogelijkheid om thanatopraxie te studeren deed zich voor en zo geschiedde. Edwin stapte erin en is er nooit meer uit gegaan.
Thanatopraxie en balseming, wat is nou het verschil
Het zijn twee woorden die door elkaar lopen, voor mij in ieder geval wel. Dus even helder.
Bij balseming dood je de bacteriën in het lichaam, waardoor het ontbindingsproces zo goed als volledig stopt. Zo’n lichaam is over vijftig jaar nog in vrijwel dezelfde conditie en heeft geen koeling meer nodig geeft Edwin aan. Dat wordt gebruikt bij repatriëring, want een overledene die per vliegtuig terug moet naar het land van herkomst mag geen levende bacteriën meebrengen. Vergelijk het met het zakje broodjes dat niet mee mag in het vliegtuig, omdat daar beestjes in kunnen zitten.
Bij thanatopraxie dood je de bacteriën niet, je verdooft ze. De ontbinding gaat gewoon verder, alleen vertraagd. De vloeistof is in de basis hetzelfde, het concentraat verschilt. In de praktijk injecteert Edwin tussen de zes en tien liter vloeistof. Een soort dialyse, heel plat gezegd, waarbij hij het lichaam doorspoelt en de kleur bijmengt zodat de overledene er natuurlijk uitziet.
Wettelijk werkt zo’n behandeling in Nederland maximaal zes dagen, daarna gaat het lichaam weer in ontbinding. Wie zijn dochter over een jaar bij het graf er nog net zo bij wil zien liggen, dat kan technisch wel, maar de wet staat het niet toe.
Bij balseming dood je bacteriën en bij thanatopraxie verdoof je bacteriën. Dus bij thanatopraxie gaat de ontbinding gewoon verder, alleen vertraagd.
Sinds 1 september 2025 is de wet veranderd. Thanatopraxie mag niet meer in de thuissituatie plaatsvinden, omdat er met formaldehyde gewerkt wordt en er strenge eisen aan ventilatie zitten. De ruimte moet je minimaal vier keer per uur volledig kunnen verversen. De Inspectie Leefomgeving en Transport ziet er sinds die datum op toe. Er zijn nog maar drie middelen toegestaan, waarvan er één geschikt is voor Edwins werk. En hier komt die gele auto terug.

Waarom een gele ambulance een praktische keuze is
Toen Edwin in 2015 voor zichzelf begon met zijn eerste gele ambu, werd hij een beetje voor gek verklaard. Wat moet die gozer met die gele auto. Dat deed zeer, want hij wist wat hij kon leveren. Maar een paardentrailer voelde verkeerd, en een ambulance heeft alles wat hij nodig heeft. Ruimte, licht, opbergplek voor gereedschap. Waarom geel, simpelweg omdat dat zijn lievelingskleur is.
Wat eerst eigenwijs leek, is nu zijn grootste voordeel. Die auto voldoet aan alle ventilatie-eisen die de wet sinds september stelt. Dakventilator aan, motor laten draaien, raampje open, verwarming op de koude stand zodat hij buitenlucht aanzuigt. Daardoor kan hij na de wetswijziging nog steeds naar het huisadres komen en op de oprit de werkzaamheden doen die anders elders moeten gebeuren.
De rest van Nederland moet de overledene ophalen, naar een geschikte locatie brengen en daarna weer terug. Edwin is daarin nog steeds de enige in het land. Voor de nabestaanden scheelt dat een rit waarbij hun dierbare over straat gaat, en het scheelt vervoerskosten.
Dat geel valt op, en niet altijd handig. Een persfotograaf schiet een foto waarop zijn auto en een politiebusje elkaar kruisen, en er staat ineens een bericht over een dodelijk incident online, foutje…
Iemand steekt zijn middelvinger op vanuit een passerende auto of mensen denken dat het een Halloween-auto is. Edwin snapt het wel. Special Death Care, een gele wagen, daar plak je vanzelf een verhaal op.
Alleen klopt dat verhaal bijna nooit.
Wat jij in de eerste uren doet, bepaalt meer dan je denkt
Hier werd het gesprek voor de doelgroep het meest relevant. Want het misverstand zit niet alleen bij voorbijgangers, het zit ook bij hulpverleners. Edwin is helder, het ambulancepersoneel doet het juist netjes. De overledene wordt met zorg neergelegd. Waar het vaak misgaat, is bij de schouw.
Hij geeft een voorbeeld dat blijft hangen. Een man overlijdt op het toilet en zit er twee dagen. Iedereen ziet dat hij overleden is. De schouwarts vult een A-formulier in, waarop letterlijk staat dat hij ervan overtuigd is dat de dood is ingetreden door een natuurlijke oorzaak. Maar de man wordt niet van het toilet gehaald en niet onderzocht. Als Edwin uren later komt, zit hij er nog precies zo bij.
“Is ervan overtuigd dat de dood is ingetreden ten gevolge van een natuurlijke oorzaak.” Hoeveel procent is de arts er dan zeker van? Honderd procent. Maar schouwen, dat doen ze niet geeft Edwin aan.
In zijn hele loopbaan heeft Edwin drie mensen gezien die vermoord bleken te zijn. Twee daarvan, zegt hij, hadden nooit gemist mogen worden. Een verwurging bij een no-neck, iemand bij wie de schouders hoger staan dan de nek.
Bij een crematie is daarna alle bewijs weg. Geen DNA, geen toedracht, niets meer terug te halen. Als laatste man die bij een overledene komt voordat de kist dichtgaat, voelt hij die druk. Op een zaterdag iets aantreffen terwijl de huisarts niet bereikbaar is en er maandag gecremeerd wordt, dat is geen prettige plek om te staan.
Voor wie in uniform werkt is dat het meenemen waard. Niet om met de vinger te wijzen, want het gaat heel vaak goed. Maar de eerste uren na een overlijden bepalen veel. De lijkstijfheid die intreedt, vingers die krom blijven liggen, de manier waarop iemand wordt neergelegd na een gestaakte reanimatie. Dat zijn dingen die later niet meer terug te draaien zijn en die bepalen of een opbaring waardig kan verlopen.
Edwin staat al jaren op de beurzen en deelt zijn kennis, maar bij oefeningen wordt hij netjes buiten de deur gehouden. Terwijl daar volgens hem juist oog mag zijn voor wat er na het overlijden gebeurt. Niet alleen die eerste minuten van een reanimatie tellen. De uren erna ook.
Het eerlijke verhaal vertellen, ook als dat ongemakkelijk is
Wat door het hele gesprek heen liep, is een opvatting die past bij hoe wij bij THISLINE naar werk kijken. Eerlijk zijn, ook als het schuurt. Edwin vindt dat je nabestaanden het echte verhaal moet vertellen, zodat ze een keuze kunnen maken die ze begrijpen.
Een voorbeeld dat hij aanhaalt is de corneadonatie. Een familie wilde dat de ogen van hun overledene zouden blijven zitten, want corneadonatie, dat is toch alleen het hoornvlies verwijderen? Volgens Edwin gaat bij die procedure het hele oog eruit, dat naar de hoornvliesbank gaat. Hij hield daar een poll over op LinkedIn en zo’n tachtig procent, ook artsen en uitvaartverzorgers, ging ervan uit dat alleen het hoornvlies wordt verwijderd. Als je een donatie aanbiedt bij nabestaanden, leg dan uit wat het inhoudt.
Hetzelfde geldt voor zijn eigen werk. Vraagt iemand om thanatopraxie, dan vraagt hij eerst wat de familie denkt dat het is. Want er gaat een naald het lichaam in die van binnen veel beschadigt, en dat geldt ook bij een kind. Dat is geen prettig verhaal, maar wel een eerlijk verhaal. Hij heeft er klachten mee aan zijn broek gekregen, omdat hij het hardop zei. Toch blijft hij het doen, want daarna kan iemand pas echt kiezen.
De meeste mensen vragen niet er om, om te overlijden. Doe gewoon je werk, alsjeblieft.
Dat eerlijke zit ook in zijn prijzen. Die staan openbaar op zijn site, voor iedereen in zijn werkgebied hetzelfde. Hij ziet zijn behandelingen niet als product om geld aan te verdienen, maar als hulpmiddel om iemand naar de wens van de nabestaanden op te baren. Donaties die hij krijgt geeft hij één op één door aan families die iets niet kunnen betalen.
Toen iemand meerdere mensen inclusief zichzelf van het leven beroofde en niemand de behandeling van de dader wilde betalen, deed hij het samen met een collega gratis. Want ook die dader had ouders die afscheid wilden nemen, en je kent het hele verhaal niet. Roy zei het in een eerdere aflevering al treffend, schrijf eens wat vaker met een potlood want we kennen het hele verhaal niet.
Waarom dit gesprek er voor ons toe doet
Edwin komt meestal binnen met een traan en vertrekt met een knuffel. Niet omdat hij iemand terug kan krijgen. Maar omdat hij de vraag stelt waar het hem om gaat.
Waarmee maak ik je minder ongelukkig? Soms is dat een lichaam dat helemaal uit elkaar ligt en dat hij toch toonbaar maakt aan de hand van een tatoeage, een moedervlek of een oor dat de moeder herkent. Soms is het een overledene die in een bodyseal mee naar huis kan, luchtdicht en geurdicht, zodat een ouder de dierbare nog even thuis heeft.
De rode draad van het gesprek was begrip. Mensen weten niet wat die gele auto doet, en zonder die kennis ontstaat onbegrip. Maar dat geldt net zo goed binnen de hulpverlening zelf. Ambulance, politie, brandweer en uitvaart komen elkaar tegen op de meest heftige momenten, en hoe meer je van elkaars werk weet, hoe meer begrip er is voor wat de ander doet en waarom.
Daar is THISLINE voor bedoeld. Niet om elkaar de maat te nemen, maar om kennis en ervaring te delen zodat we ons werk een stukje beter kunnen doen.
Dus de volgende keer dat een reanimatie wordt gestaakt, of je staat bij een schouw die wat te makkelijk wordt afgedaan, denk dan even aan dat gesprek met Edwin.
Niet om er een tweede vak bij te nemen, maar omdat die eerste uren ertoe doen voor de mensen die achterblijven. Wil je het hele verhaal horen, met alle voorbeelden die we hier niet allemaal kwijt konden, luister dan de volledige aflevering.



