Een uitvraag in een groepsapp, een document van vier pagina’s en vooral veel twijfel of het geen 1-aprilgrap was. Zo begon het. Via de Natuurbrandgroep Nederland en het NIPV werd een oproep gedaan: wie wil als Nederlandse brandweerman meehelpen bij natuurbrandbestrijding in Spanje?
In de groepsapp van Alex riep iemand: “Wie gaat er mee?”
Eén collega nam het serieus, checkte de namen, googelde de inhoud en zag: dit klopt allemaal. Europese bijstand, eerdere inzet in andere landen, bestaande Europese constructie. Thuis werd het afgestemd: past het in de agenda, past het in het gezin? Het antwoord was ja. En waar veel collega’s erom lachten, bleek het géén grap. Er waren ruim 200 aanmeldingen, Alex werd geselecteerd en mocht zijn regio (Flevoland) vertegenwoordigen.
“Ik dacht eerst: dit is een 1-aprilgrap. Tot ik dat mailtje kreeg: gefeliciteerd, je bent geselecteerd.”

Selectie en achtergrond: meer dan “fit zijn”
De uitvraag was gericht op collega’s met natuurbrand-specialisme, zoals handcrew-ervaring. In Flevoland bestaat dat specialisme niet, in andere regio’s wel. Daarom schreef hij een motivatie: waar hij vandaan kwam, welke kennis en ervaring hij meeneemt en hoe hij dat later in de eigen regio wil toepassen.
Daar kwam bij dat hij een militaire achtergrond heeft. Expeditionair optreden, navigeren in heuvelachtig terrein, omgaan met ruig terrein en voertuigen: dat is geen theorie, maar routine. In Spanje, met hoogteverschillen, lastig terrein en risico op insluiting, maakt dat uit.
“Ik heb in de voorbereiding vooral gedacht: waar loop je daar tegenaan dat we hier nooit zien? En hoe kan ik daar van meerwaarde zijn?”
Een belangrijk doel van de uitzending was niet alleen bijstand verlenen, maar ook leerwinst: kennis opdoen en mee terugnemen naar Nederland.

Voorbereiding in Nederland: branddynamica en nieuwe methodes
Voor vertrek waren er theorielessen en praktijkdagen in Zeist en Gelderland. De focus lag op branddynamica, natuurbrandverloop en verwachtingenmanagement: wat kun je aantreffen, hoe gedraagt een natuurbrand zich, wat is er anders dan bij gebouwbrandbestrijding?
Een paar belangrijke verschillen:
- Binnenbrand: deur dicht, ventilatie beïnvloeden, relatief voorspelbaar kader.
- Natuurbrand: buiten, ventilatie altijd aanwezig, wind en terrein bepalen het spel.
Voor het eerst kwam er serieus verdieping op onderwerpen als:
- Preventief branden (met driptorch)
- Brandverloop in vegetatie en bodem
- Werken met beperkte waterhoeveelheden
- Nieuwe straalpijp-technieken gericht op de overgang tussen verbrand en onverbrand gebied
“Met 25 liter per minuut kun je daar bizar veel uithalen. Heel anders dan onze 400+ liter-straal op een gebouwbrand.”
Daarnaast werd er kennisgemaakt met methodes zoals Progressive Hoselay: telkens een slang erbij, verder door het gebied heen, zonder steeds naar de pomp terug te hoeven.

LACES: veiligheidsdenken bij natuurbrand
Een van de grootste eye-openers was de veiligheidsmethodiek LACES:
- L – Lookouts Iemand die uitkijkt en ziet wat de brand doet, ook achter of naast de ploeg. Zonder lookout kun je verrast worden door een nieuwe brandhaard, bijvoorbeeld wanneer brandende vegetatie verderop neerkomt.
- A – Anchor point Werken vanuit een vast startpunt waar de brand écht uit is. Daarvandaan kun je de linkervlank, rechtervlank en kop van de brand duiden en voorkom je dat je ineens “aan de verkeerde kant” staat.
- C – Communication Zeker weten dat je verbinding hebt met de voor- en achterkant van de linie. Zonder goede communicatie heb je geen gezamenlijk beeld, en dus geen gezamenlijke veiligheid.
- E – Escape routes Van tevoren vastgesteld: als het misgaat, waar ga je heen? Welke route is realistisch? Hoe kom je uit een gebied als je 500 meter of een kilometer diep het terrein in bent?
- S – Safety zones Plaatsen met de grootste kans op overleven als het misgaat. Denk aan een groot verhard vlak of truckstop, niet tussen de bomen. Die zones moeten bekend en gemarkeerd zijn.
Dit soort denken is in veel Nederlandse regio’s nauwelijks onderdeel van de dagelijkse praktijk. Natuurbrand is hier geen massafenomeen, en veel posten hebben er nauwelijks ervaring mee.
Spanje: hittegolf, enorme schaal en cultuurverschillen
In Spanje werd de groep Nederlandse collega’s ondergebracht in een hotel, met voertuigen en uitrusting die door de lokale diensten beschikbaar waren gesteld. Professioneel geregeld, maar ook meteen een andere wereld.
De inzetperiode viel precies in een hittegolf: 30–40 graden, ruig terrein en continu rook. De Nederlandse ploeg was tussen 10:00 en 22:00 inzetbaar. De Spaanse teams werkten in 12-uurs diensten, meerdere dagen achter elkaar.
Waar in Nederland vaak vroeg, snel en breed wordt opgeschaald, ligt de benadering daar anders. Strategische positionering, wachten op de juiste momenten, en het besef dat je op de schaal van honderden tot duizenden hectares weinig invloed hebt op het totaalplaatje.
“Wij willen het asfalt er bijna uit rijden om zo snel mogelijk bij de brand te zijn. Daar merk je: of je nu 4 kilometer of 3,8 kilometer van de brand staat, maakt op die schaal niets uit.”
Ook qua organisatie is het anders: meerdere diensten, ieder met een eigen taak en communicatielijnen. Geen volledig geïntegreerd systeem zoals wij met meldkamer, informatiemanagers en vaste rolverdeling gewend zijn.

Praktijk: eucalyptusbossen, dorpen en bulldozers
De praktijkvoorbeelden uit Spanje zijn allesbehalve klein:
- Brandomtrekken van zo’n 170 kilometer
- Kaarten vol stippen: elke stip een brand die in de afgelopen 24 uur is ontstaan
- Rookwolken van 10+ kilometer hoog, met weersverschijnselen in de rookkolom
Bij één inzet werd een dorp bedreigd. De Nederlandse ploeg werd als laatste verdedigingslinie ingezet bij een varkensbedrijf, met een natte lijn en handgereedschap. Boeren reden hun gierkelders leeg om de omgeving nat te houden. Ondertussen liep een functionaris van de Xunta langs de huizen om te markeren welke panden en bewoners in geval van overtrek niet meer te redden zouden zijn.
“Je loopt door een dorp waar mensen blind of doof zijn, ouderen die afhankelijk zijn van kinderen en hun moestuin. En intussen weet je dat als de wind draait, dit hele dorp in de gevarenzone komt.”
Een ander moment: een bulldozerchauffeur, ingehuurd als lokale contractor, rijdt in één keer een zorgvuldig gelegde waterslang van honderden meters kapot. Dronken, gefrustreerd, en op het punt om gewoon te stoppen.
Drie dagen later rijdt de ploeg door hetzelfde gebied. De brand is over alles heen getrokken, tot aan de snelweg. De stoplijnen, het zwoegen, de uren werk: alles voor niets en een dorp in de as.
Eucalyptusbomen en vuurgedrag
Een forse verrassing waren de eucalyptusbossen. De olie in de bladeren maakt dat deze bomen branden “als de neten”. Het vuur schiet in de toppen en rolt via de kruinen over de heuvels heen. Op de laatste dag moest de ploeg versneld terug naar de safety zone omdat vuur via de boomtoppen hun kant op kwam.
Beelden achteraf lieten zien dat ze nog verder verwijderd waren van het echte vuurfront dan het gevoel zei. Toch blijft dat gevoel: dit gaat hard, en als het misgaat, ben je te laat.
“Je ziet het als een soort golf over je heen rollen. De rook, de geur, het geluid. Het is echt een andere orde dan een conifeerbrand of een kerstboom in de brand.”
Acceptatie: je kunt niet alles blussen
Misschien wel het belangrijkste inzicht: je kunt niet alles houden. Niet elk dorp, niet elke hectare, niet elke boom. De schaal, het terrein en de weersomstandigheden zorgen ervoor dat je keuzes móet maken.
Daar zit ook een verschil met hoe we in Nederland vaak gewend zijn te denken: hard werken, erbij, erop, houden wat je houden kan. In Spanje is een bepaalde mate van acceptatie ingebouwd: soms stopt een brand niet bij het eerste dorp, maar pas vijf kilometer verder, bij een glooiing in het terrein of een waterlijn.
Die acceptatie maakt ruimte om verstandige plannen te maken:
- Waar zet je mensen in, en waar niet?
- Welke objecten zijn verdedigbaar, welke niet?
- Wat is de meest zinvolle plek om in te grijpen?
Dat vertaalt zich ook naar bevelvoeren in Nederland: verder vooruit denken dan alleen de huidige vierkante meter. Niet alleen kijken naar “deze brand” maar ook naar wat er over een half uur kan gebeuren qua inzet, veiligheid en effecten.

Wat neem je mee terug naar Nederland?
Uit de uitzending naar Spanje komen een paar duidelijke lessen mee:
- Groter denken dan één incident Niet alleen focussen op de vlammen die je ziet, maar op de ontwikkeling op langere termijn. Zeker bij natuurbrand, maar ook bij grote IBGS-incidenten of complexe inzetten in Nederland.
- Leren van handcrews en specialistenN ederland hééft al specialisten en handcrews. De uitdaging is om ze op tijd te betrekken en te weten wat ze kunnen, in plaats van te denken: “Dit houd ik wel.”
- Ander gebruik van water Met veel minder water dan we in Nederland gewend zijn, kun je bij natuurbrand enorm veel doen, mits je de juiste technieken gebruikt en de juiste plek kiest (rand verbrand/onverbrand).
- Preventief branden en stoplijnen Vegetatie weghalen, nat maken of gecontroleerd afbranden is soms effectiever dan alles wat al brandt proberen te blussen. De vergelijking met defensief buiten bij gebouwbrand is snel gemaakt.
- Veiligheid expliciet organiseren (LACES) Lookouts, escape routes en safety zones zijn geen luxe, maar noodzaak. Dat denken kan ook in Nederland nuttig zijn, zeker in gebieden met bossen, hei of grote akkers.
En misschien wel de moeilijkste les: je kunt als individu of peloton maar een heel klein stukje van het probleem oplossen. Dat is frustrerend, maar ook realistisch.
“Hier hebben we vaak het gevoel: we gaan dit wel even houden. Daar leer je dat je soms gewoon onderdeel bent van een veel groter verhaal.”
Afsluiting
De uitzending naar Spanje was fysiek zwaar, mentaal soms ongemakkelijk en qua schaal bijna niet te vergelijken met de Nederlandse praktijk. Maar het leverde een rugzak vol methodes, beelden en inzichten op die je niet uit een boek haalt.
Wil je het hele verhaal horen, inclusief de anekdotes, twijfels en praktijkvoorbeelden?
Beluister dan de aflevering van de THISLINE Podcast over Nederlandse brandweerlieden op uitzending naar Spanje hieronder:
